Hulpverleningszone Taxandria

https://www.hvztaxandria.be/

Gemeenten van de zone : Arendonk, Baarle-Hertog, Beerse, Hoogstraten, Kasterlee, Lille, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels, Rijkevorsel, Turnhout en Vosselaar

Zone Taxandria Parklaan 12 2300 Turnhout 014/470920 info@HVZTaxandria.be www.hvztaxandria.be

De zoneraad is samengesteld uit alle burgemeesters van de 12 gemeenten (Arendonk, Baarle-Hertog, Beerse, Hoogstraten (Meerle), Kasterlee, Lille, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels, Rijkevorsel, Turnhout en Vosselaar) die behoren tot de HVZ Taxandria. De zoneraad is het beleidsorgaan van de HVZ, zij bepaalt de algemene visie en missie van de zone en bewaakt, beoordeelt en stuurt bij waar nodig.

Het directiecomité staat in voor de dagelijkse leiding van de organisatie.

Afgevaardigden V.S.O.A. zone Taxandria

Contact verantwoordelijk voor de sector:

firefighter@vsoa-g2.eu

Wils Fabian

fabwils@gmail.com

Wils Marnix

marnix.wils@telenet.be

Noyens Bart

Firefighter.VL@vsoa-g2.eu



Onderwerp: Reglement woonplaatsverplichting voor het operationeel personeel vrijwilligerskader

VSOA: voor niet akkoord

Bemerkingen bij niet akkoord :

- Er wordt een woonplaatsverplichting opgelegd aan de hulpverlener-ambulancier niet brandweerman. Dit terwijl deze diensten perfect gepland kunnen worden en een woonplaatsverplichting hier overbodig is

- Een woonplaatsverplichting op basis van een afstand is geen garantie voor een normale opkomsttijd. VSOA is van mening dat de woonplaatsverplichting afgestemd wordt op een opkomsttijd welke betere garanties biedt voor een tijdige aanwezigheid in een kazerne van de zone.

- Wanneer een personeelslid een aanvraag indient en deze aanvraag niet behandeld wordt binnen de 2 maanden, wil VSOA dat geacht wordt dat deze aanvaard is. De druk ligt hier bij de hulpverleningszone en niet bij het lid dat wel aan zijn verplichtingen heeft voldaan

- Een stagiair dient pas te voldoen aan de woonplaatsverplichting bij effectieve benoeming

Onderwerp: Reglement diplomatoelage vanaf 01 januari 2015

VSOA: Voor niet akkoord

Bemerkingen bij niet akkoord :

De diplomatoelage werd eerder al besproken in de technische werkgroep. Ongeacht de voorgestelde wijzigingen blijft het oorspronkelijke voorstel van de overheid behouden. VSOA vraagt wat de zin is van de technische werkgroep als er geen rekening gehouden wordt met de opmerkingen VSOA motiveert zijn 'niet-akkoord' als volgt:

- Een maximale cumul van € 120 op jaarbasis voor het beroepspersoneel is lachwekkend. De kloof met de vrijwlligers is hierdoor te groot. VSOA vraagt een verhoging en verwijst naar het KB van 20 juni 1994 waar een maximale toelage van respectievelijk 20.000 F (ca. € 500) voor de diploma's van de lijst A en 40.000 F (ca. € 1.000) voor diploma's van de lijst B wordt vermeld. Deze cijfers zijn bovendien nog niet geïndexeerd!???

- Voor de vrijwlligers is er dan weer geen cumul mogelijk? VSOA vraagt een maximum van 10% voor de vrijwliigers ongeacht het aantal diploma's waarover de personeelsleden beschikken VSOA verwijst voor de lijsten naar het Ministerieel Besluit van 15 MAART 1995 - tot vaststelling van de diploma's, brevetten en getuigschriften die in aanmerking komen voor het toekennen van een diplomatoelage aan sommige personeelsleden van de openbare brandweerdiensten.lijst A en B

Onderwerp: Selectiereglement voor aanleg wervingsreserve voor de aanleg van een wervingsreserve van 2 jaar voor de functie van AMBULANCIER VRIJWILLIGERSKADER.

VSOA: Voor niet akkoord

VSOA wenst te tekenen voor niet-akkoord omdat voorgaande opmerkingen niet meegenomen werden, wij doel o.a. op: .

- Er wordt niet gespecifieerd wie stemgerechtigd is bij de jury - De bepaling over wie/hoe de plaatsvervanger aangesteld wordt dienen verduidelijkt te worden.

- De voorwaarden tot deelname worden niet gespecifieerd in het reglement - Fysieke proeven worden niet gequoteerd enkel geslaagd/niet geslaagd. Dit terwijl het een vergelijkend examen betreft? Fysieke proeven moeten afgestemd zijn op het werk

- Er wordt niet gespecifieerd of het assesment meetelt in de quotering of enkel richtinggevend is - De praktische case is gerelateerd aan medische hulpverlening. Dit impliceert dat de kandidaat al voorkennis of een opleiding dient te genieten?


De vergadering van het CPBW van HVZ Taxandria zal plaats vinden op Woensdag 28 september 2022 om 09:00 u.

Agenda :

1. Goedkeuring verslag : Bij het verslag van vorige vergadering van 29 juni 2022 werden bemerkingen ingediend, ( bijlage 1 en 2).

2. Reglementen :

2.1. Huishoudelijk reglement CPBW

Wijziging vertegenwoordiging zoneraad : Uitstel update.

3. Periodiek verslag vanwege de preventieadviseur:

3.1. Overzicht vanaf uitprint vorig overlegcomité.

3.2. Ongevallen steekkaarten .

4. Jaarverslag 2021

4.1. Jaarverslag 2021

4.2. Prevalentieverslag 2021

5. EHBO-koffers op de verschillende locaties van de zone

6. Oefenhal Weelde/Ravels

6.1. Afsprakennota

7. Griepvaccinatie en Boosterprik Covid-19

8. AED Stand van zaken

9. FIT4TAX Stand van zaken

10. Jaaractieplan

11. Contactgegevens Preventieadviseur

12. Rondgang knelpuntenlijst 


Geachte voorzitter

Naar aanleiding van het BOC van 29/06/2022 zenden wij u hierbij de opmerkingen/protocols vanwege VSOA U gelieve in bijlage volgende documenten terug te vinden:

Bijlage 1 - Protocol selectie en bevorderingsreglement operationeel personeel - ondertekend voor niet-akkoord

Bijlage 2 - Motivatie voor niet-akkoord selectie-en bevorderingsreglement

Bijlage 3 - Protocol selectiereglement voor de aanleg van een wervingsreserve van 2 jaar voor de functie van AMBULANCIER VRIJWLIIGERSKADER - ondertekend voor niet-akkoord

Bijlage 4 - reglement beschikbaarheid vrijwilligers - ondertekend voor niet-akkoord

Bijlage 5 - reglement diplomatoelage - ondertekend voor niet-akkoord

Bijlage 6 - reglement woonplaatsverplichting - ondertekend voor niet akkoord

Gemotiveerd advies - HOC 29 juni 2022

Geachte voorzitter In antwoord op het HOC van uw hulpverleningszone dd. 29 juni 2022 wil VSOA via dit schrijven zijn gemotiveerd advies overmaken.

Punt 1b VSOA wil de voorzitter graag wijzen op artikel 46 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel [...]

Art.46. Elke vakorganisatie die in een overlegcomité zitting heeft kan de voorzitter schriftelijk vragen een aangelegenheid waarover overleg kan worden gepleegd op de dagorde te plaatsen. In dat geval dient hij het comité uiterlijk zestig dagen na ontvangst van de vraag bijeen te roepen. De voorzitter kan om dwingende redenen weigeren een punt op de dagorde te plaatsen. In dat geval moet hij binnen de vijftien dagen na het verzenden van de aanvraag de redenen van zijn weigering ter kennis brengen van het comité en van de betrokken vakorganisatie. [...]

Verwijzende naar artikel 46 wil VSOA de voorzitter wijzen op zijn verantwoordelijkheid om de punten voor de dagorde te agenderen in overeenstemming met de vigerende wetgeving. Teneinde geen extra vergaderdata te moeten organiseren heeft de hupverleningszone er alle baat bij om agendapunten, mits een akkoord van de leden van het het overleg, te aanvaarden.

Ondanks de ambitie om een agendapunt tijdig (i.c. het voorstel van 12 werkdagen voor de geplande data van het overleg) in te dienen, wil VSOA bijkomend verwijzen naar boek II, titel 7 art II.7-21 van de Codex Welzijn op het werk waarin bepaald wordt dat de vooritter de agenda opstelt waaarin elk punt vermeldt wordt dat ten minste 10 dagen voor de vergadering door een lid van het comité werd voorgesteld.

Er is weliswaar een engagement om de punten tijdig in te dienen, doch gelet op de frequentie van de CPBW's in uw hulpverleningszone en de mogelijkheid in ogenschouw nemende dat dringende agendapunten steeds mogelijk zijn zal hierin een pragmatische houding noodzakelijk zijn.

Indien de overheid weigert om agendapunten te agenderen zonder dwingende en gemotiveerde redenen zal VSOA niet nalaten de bevoegde instanties hiervan in kennis te stellen.

VSOA wil bovendien ook, in lijn met de bepalingen van de regelgeving, de voorzitter ter kennis brengen dat zij zich steeds rechtstreeks zullen wenden tot de voorzitter voor alle correpondentie aangaande officiële aangelegenheden. Gelet op de verwerking en de archivering van deze stukken is VSOA bereid om tevens de zonale administratie of het directiesecretariaat in kopie te zetten.

Punt 3 - punten VSOA ivm evaluatie werkposten

De preventieadviseur heeft de gevraagde punten in kaart gebracht en in een spreadsheet aan de syndicale partners bezorgd en in het comité toegelicht.

Volgende opmerkingen werden weerhouden:

- In de posten Lille en de werkpost oefenhal werden nog geen plaatsbezoeken uitgevoerd. Deze werden ondertussen ingepland

- Voor sommige posten ontbreekt het nog aan informatie

- Er zijn geen interventiedossiers, noch brandpreventieverslagen voorhanden van de verschillende werkposten. Ook werden er nog tekortkomingen vastgesteld in posten aangaande pictogrammen, evacuatieplannen en controle/onderhoud/aanwezigheid blusmiddelen

- Wat betreft de risicoanalyse zouden deze in kaart gebracht zijn ahv een webapplicatie (riscpro). Het is aan de overheid om deze nu verder te verwerken.

Naar aanleiding van deze toelichting werden de opmerkingen van de plaatsbezoeken overlopen. VSOA stelt vast dat er nog ernstige tekortkomingen zijn die de veiligheid van de gebruikers of de veiligheid in het algemeen kunnen hypothekeren. een aantal heikele punten blijven terugkeren o.a. gebrekkige elektrische installatie, struikelgevaar, niet conforme opslag voor gasflessen, niet conforme stockage chemische producten...

VSOA vraagt de overheid om onverwijld werk te maken van de gevaarlijke situaties en een plan van aanpak op te stellen voor de andere tekortkomingen. Verder vragen wij om een RASCI-matrix op te maken zodat rollen en verantwoordelijkheden duidelijk worden zodat naar de toekomst toe een deugdelijk beleid kan uitgerold worden. Dit vermijdt dat de een de ander met de vinger wijst, maar dat er uiteindelijk niets gebeurt!?

Verder moet VSOA en de andere syndicale partners vaststellen dat de basis sanitaire voorzieningen niet aanwezig zijn in de oefenhal, dit terwijl hier heel wat medewerkers komen oefenen en er zelfs een beroepsmedewerker op regelmatige basis tewerkgesteld wordt.

Een werkpost zonder minimale sanitaire voorzieningen is voor VSOA onaanvaardbaar. VSOA vraagt de overheid om onmiddellijk de nodige voorzieningen te treffen en zolang hieraan niet voldaan werd, kunnen voor VSOA hier geen personeelsleden tewerkgesteld worden.

Niet elke lid van het comité heeft toegang tot handleidingen, instructiefiches, SOP's e.d. deze zouden raadpleegbaar zijn via het intranet, maar hiertoe hebben externen geen toegang.

VSOA vraagt de overheid te voorzien in een oplossing.

VSOA moet vaststellen dat op vlak van arbeidsveiligheid er nog heel wat tekortkomingen zijn. Hieraan moeten onmiddellijk acties gekoppeld worden.

VSOA vraagt de overheid om zijn verantwoordelijkheid in deze op te nemen Dit gemotiveerd advies dient opgenomen te worden bij het PV en maakt er integraal deel van uit. 


In de zoneraad van 23 februari 2022 werd de functie van sergeant vrijwilligerskader vacant verklaard door middel van aanleg van een bevorderingsreserve met een geldigheidsduur van twee jaar.

  Ondertussen hebben wij alle kandidaturen binnen en hebben we ook de concrete planning kunnen opstellen voor zowel het schriftelijk als het mondeling examen.

De schriftelijke proef zal plaatsvinden op woensdag 15 juni 2022 van 19.30 uur tot 21.30 uur in de post Kasterlee.Het schema voor de mondelinge proef is als volgt gepland (onder voorbehoud van het slagen van de kandidaten voor het schriftelijk examen):

Maandag 27 juni 2022 - 18:30 uur tot 22:30 uur - post Arendonk

Dinsdag 28 juni 2022 - 19:00 uur tot 22:00 uur - post Beerse

Woensdag 29 juni 2022 - 18:30 uur tot 22:30 uur - post Kasterlee

Donderdag 30 juni 2022 - 18:30 uur tot 22:30 uur - post Turnhout


Geachte voorzitter

Naar aanleiding van onderstaande mail wil VSOA formeel reageren

Een protocolakkoord is steeds het gevolg van een onderhandeling. Het voorliggende selectiereglement werd (nog) niet onderhandeld in een BOC. Dit wordt niet zomaar even 'tussen de soep en de petatten' geregeld!

VSOA verwijst in deze naar Hoofdstuk 2, artikel 2 van de Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel welk stelt dat:

HOOFDSTUK II. - Onderhandeling.Art.2. § 1. Behoudens in de door de Koning bepaalde spoedgevallen en in de andere door Hem bepaalde gevallen, kunnen de bevoegde administratieve overheden niet dan na onderhandeling met de representatieve vakorganisaties in de daartoe opgerichte comités vaststellen:

1° grondregelingen ter zake van:

  • het administratief statuut, met inbegrip van de vakantie- en verlofregeling;
  • de bezoldigingsregeling;
  • de pensioenregeling;
  • de betrekkingen met de vakorganisaties;
  • de organisatie van de sociale diensten.

De Koning wijst de grondregelingen aan, met opgaaf, hetzij van de daarin behandelde stof, hetzij van de daarin opgenomen bepalingen. Aan de daartoe vast te stellen besluiten gaan de in dit artikel voorgeschreven onderhandelingen vooraf. De grondregelingen die de Koning ter uitvoering van de punten a), b) en c), van het eerste lid heeft bepaald en die alleen van toepassing zijn op de personeelsleden die onder statutaire regels vallen, zijn van overeenkomstige toepassing op de bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden.

2° verordeningsbepalingen welke zij uitvaardigen, algemene maatregelen van inwendige orde en algemene richtlijnen, met het oog op de latere vaststelling van de personeelsinformatie of inzake arbeidsduur en organisatie van het werk.

De Koning bepaalt wat onder organisatie van het werk dient te worden verstaan in de zin van deze wet. Aan de daartoe vast te stellen besluiten gaan de in dit artikel voorgeschreven onderhandelingen vooraf.

§ 2. Vooraleer wetsontwerpen of ontwerpen van decreet of van ordonnantie betreffende een van de in § 1 bedoelde aangelegenheden worden ingediend, wordt ook onderhandeld overeenkomstig deze bepaling.

VSOA respecteert de wetgeving ter zake en werkt dus niet mee aan een onderhandeling via e-mail! Wij kunnen bijgevolg dit protocol dan ook niet ondertekenen omdat dit niet het gevolg is van een onderhandeling, noch van enig overleg waarbij de vakbonden in staat gesteld zijn om opmerkingen te formuleren binnen de wettelijk termijnen.

De regelgeving met betrekking tot het syndicaal statuut (m.n. wet van 19 december 1974 en het KB 28 september 1984) legt klaar en duidelijk uit hoe een onderhandeling dient te gebeuren en welke termijnen hiervoor gerespecteerd dienen te worden. Een e-mail op 19 mei ontvangen en voor 24 mei 's avonds een standpunt meedelen en een protocol tekenen is geen werkwijze die conform de vigerende wetgeving kan of mag getolereerd worden.

VSOA wil u dan ook wijzen dat er geen beslissing kan genomen worden door de zoneraad zonder dat voorafgaand een onderhandeling werd gevoerd.

VSOA ziet zich dan ook genoodzaakt dit aan te kaarten bij het 'Toezicht op de sociale wetten' en de diensten van de provinciegouverneur welke bij deze in kopie staan.

VSOA moet zich dan ook verzetten tegen de vooropgestelde timing inzake de selectieprocedure


Geachte zonevoorzitter ,


VSOA wenst volgende punten op de agenda van het bevoegde comité te plaatsen:

  1. VSOA verzoekt de overheid om een kopie van het advies verstrekt door de preventieadviseur/arbeidsgeneesheer en het CPBW aangaande de ligging, indeling en uitrusting van de sociale voorzieningen (Artikel III.1-39 van de CODEX)
  2. VSOA wenst een kopie van het advies van de interne en externe dienst PBW en het gemotiveerd advies van het CPBW aangaande de kleedkamers, wastafels en douches van de verschillende posten in de zone. (Zie artikel III.1-44, III.1-45, bijlage III.1-1, punten 2.3 douches van de CODEX).
  3. VSOA verzoekt om een afschrift van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW ivm de vestiaires van de verschillende posten van de zone (Artikel III.1-48 van de CODEX).
  4. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het gemotiveerd advies van het CPBW aangaande de refters in gebruik in de verschillende posten van de zone (Artikel III.1-58 van de CODEX).
  5. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW ivm de rustlokalen van de posten in het gebied (Artikel III.1-61 van de CODEX).
  6. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW over de ruimte toegekend voor zwangere werkneemsters in de zone (Artikel III.1-62 van de CODEX).
  7. VSOA verzoekt om een kopie van het brandpreventieverslag van de verschillende posten van de hulpverleningszone
  8. VSOA vraagt bijkomend of:
  • De evacuatiewegen, uitgangen en nooduitgangen van alle posten zijn voorzien van veiligheidsverlichting en passende bewegwijzering door middel van pictogrammen (Artikel III.3-11).
  • Evacuatiewegen, uitgangen en nooduitgangen en de wegen er naartoe zijn voorzienl van de correcte pictogrammen (Artikel III.3-11).
  • Het evacuatieplan (en eventuele wijzigingen) voor advies aan het comité werden voorgelegd (Artikel III.3-13).
  • Bij de ingang(en) van het gebouw en op elke verdieping een evacuatieplan opgehangen werd (Artikel III.3-13).
  • Of er bij de ingang van het gebouw een interventiedossier ter beschikking gesteld wordt voor de hulpdiensten (Artikel III.3-21).
  • Of gepaste draagbare blusapparaten opgehangen/voorzien worden op zichtbare en duidelijk aangegeven plaatsen (Artikel III.3-17).
  • Controles en onderhoud van blusmiddelen wordt uitgevoerd volgens de instructies van de fabrikant of de installateur. VSOA wijst erop da in overeenstemming met de reguliere wetgeving data van de inspecties, het onderhoud en de bevindingen daarvan moeten worden bewaard en ter beschikking gesteld van het CPBW. VSOA vraagt wat de datum is van de laatste inspectie van deze brandbeveiligingsmiddelen? (Artikel III.3-22).

9. VSOA vraagt een kopie van het advies van de preventieadviseur en het CPBW inzake het interne noodplan? (Artikel III.3-23 van CODEX).

10. VSOA verzoekt om een kopie van het "brandpreventiedossier" (Artikel III.3-24).

11. VSOA verzoekt de hulpverleningszone een risicoanalyse uit te voeren m.b.t. de werk- en ruststoelen die werden aangekocht (Artikel VIII.1-3, &1 van de CODEX)
VSOA wenst de overheid er ook aan te herinneren dat een risicoanalyse steeds de basis vormt van de wetgeving inzake welzijn op het werk.

Een risicoanalyse uitvoeren, is wettelijk verplicht.

Het dynamisch risicobeheersingssysteem steunt op het principe van de risicoanalyse, die wordt uitgevoerd om adequate preventiemaatregelen te kunnen vaststellen.

Dat gebeurt op drie niveaus:

Ø de organisatie in haar geheel;

Ø elke groep van werkposten of functies;

Ø het individu zelf.

De risicoanalyse moet betrekking hebben op alle domeinen van het welzijn op het werk: gezondheid, veiligheid, psychosociale aspecten, ergonomie, arbeidshygiëne, ...

  1. Het VSOA verzoekt om de volgende risicoanalyses:

Ø Risicoanalyse op het niveau van de organisatie in haar geheel (Art.I.2-6);

Ø Risicoanalyse op het niveau van elke groep van werkposten of functies (Art. I.2-6);

Ø Risicoanalyse op het niveau van het individu (Art. I.2-6);

ØRisicoanalyse psychosociale risico's op het werk (Art. I.3-1);

Ø Risicoanalyse verlichting van de arbeidsplaatsen (Art. III.1-32);

Ø Risicoanalyse uit van elke elektrische installatie (Art. III.2-3);

Ø Risicoanalyse uit betreffende het brandrisico (Art. III.3-3) ;

De werkgever bepaalt de waarschijnlijke scenario's en de omvang van de voorspelbare gevolgen die eruit kunnen voortvloeien.

De risicoanalyse wordt regelmatig bijgewerkt en dit, in elk geval, telkens wanneer zich wijzigingen voordoen die een invloed hebben op de brandrisico's.

Ø Risicoanalyse uit van de thermische omgevingsfactoren van technologische of klimatologische aard die aanwezig zijn op de arbeidsplaats (Art. V.1-1);

Ø Risicoanalyse verbonden aan lawaai (Art. V.2.-6)

Ø Risicoanalyse uit voor elke werkzaamheid in hyperbare omgeving (Art. V.4-3);

Ø Risicoanalyse van de aanwezige gevaarlijke chemische agentia (Art. VI.1-6);

De werkgever eerst na of er gevaarlijke chemische agentia op de arbeidsplaats aanwezig zijn of kunnen zijn.

Is dat het geval, dan beoordeelt hij elk risico voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers die het gevolg zijn van de aanwezigheid op de arbeidsplaats van die chemische agentia.

Ø Risicoanalyse voor alle werkzaamheden waarbij zich een blootstelling aan kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische agentia kan voordoen.

Ø Risicoanalyse van werkplekverlichting (Art. VI.2-3);

Ø Risicoanalyse van de aanwezige biologische agentia (Art. VII.1-4);

Ø Risicoanalyse voor elke activiteit die staande wordt verricht (Art. VIII.1-1) ;

Ø Risicoanalyse op het niveau van elke groep van beeldschermwerkposten en op het niveau van het individu om de risico's inzake welzijn te evalueren die voor de werknemers voortvloeien uit het werken met een beeldscherm, met name inzake de eventuele risico's voor het gezichtsvermogen* en de problemen van lichamelijke en geestelijke belasting (Art. VIII.2-3);

*minstens om de vijf jaar

Ø Risicoanalyse manueel hanteren van lasten (Art. VIII.3-2);

Ø Risicoanalyse van de luchtkwaliteit per post;

De werkgever moet de nodige technische en/of organisatorische maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de CO2-contentratie in de lokalen gewoonlijk lager is dan 900 ppm. Dit stemt overeen met een minimum ventilatiedebiet van 40m3 per uur per aanwezige persoon. De parameter van 900 ppm is gebaseerd op een CO2-concentratie van 500 ppm boven een (algemeen aanvaarde) gemiddelde buitenconcentratie van 400 ppm.

Ø Risicoanalyse ivm bescherming van het moederschap;

Ø Risicoanalyse beeldschermwerk.

48% van de Belgische beeldschermwerkers last ervaren van de lage rug en 40% nekklachten heeft. Drie op de vier ondervonden bovendien moeilijkheden bij het instellen van hun werkpost. De verplichte 5-jaarlijkse risicoanalyse beeldschermwerk is een ideale gelegenheid om de risico's die aan beeldschermwerk verbonden zijn in kaart te brengen en te evalueren hoe u eventuele pijnpunten kan wegwerken.

De resultaten van elke risicoanalyse en de preventiemaatregelen dienen te worden opgenomen in een register dat voor advies aan het CPBW wordt voorgelegd.

De werkgever is tevens verplicht ten minste om de vijf jaar een risicoanalyse uit te voeren van de groepen werkplekken met beeldschermapparatuur en tevens op individueel niveau, teneinde de risico's als gevolg van het werken met beeldschermapparatuur te beoordelen, met name wat betreft mogelijke risico's voor het gezichtsvermogen en problemen in verband met lichamelijke en geestelijke belasting (artikel VIII, lid 2-3, van de CODEX).
VSOA vraagt of alle technische controles werden uitgevoerd in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende, machines, installaties, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, teneinde vast te stellen of zij in overeenstemming zijn met de wetgeving en teneinde gebreken op te sporen die van invloed kunnen zijn op het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk?

Herinnering: Art. 47 van het KB 28 september 1984: Wanneer een representatieve vakorganisatie aan de voorzitter van een overlegcomité schriftelijk vraagt een aangelegenheid betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk op de dagorde te plaatsen, dient hij het comité zo spoedig mogelijk bijeen te roepen, en uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de vraag.



Geachte

 
De Raad van State heeft op 26 oktober 2021 een beslissing genomen in het dossier "bevordering adjudant vrijwilligerskader" mbt de beslissing in de notulen van de zitting van de zoneraad dd 23 augustus 2017 en ondertekend in de zoneraad van 28 september 2017 mbt de bevordering tot adjudant vrijwilligerskader door verhoging van graad.
Door de beslissing van de Raad van State is het niet geslaagd verklaren van de kandidaat in het bevorderingsexamen tot adjudant in het vrijwilligerskader vernietigd.


Het vernietigingsarrest plaatst de kandidaat en de zone terug in de procedure tot op dat punt waarop de vastgestelde onwettigheid werd begaan.


Concreet betekent dit dat het tweede examenonderdeel hernomen zal worden voor de niet geslaagde kandidaten.
Wij zullen de procedure voor het tweede examenonderdeel organiseren op 27 januari 2022 vanaf 19u in de kantoren van de Noord-Brabantlaan. Er zijn twee kandidaten die avond.


Zoals voorgeschreven in artikel 17, 3° van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, samen gelezen met het Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de voormelde wet, kan u zich door een afgevaardigde laten vertegenwoordigen in de examencommissie van dit examen.


Met vriendelijke groeten,

Geachte zonevoorzitter,

Geachte zonecommandant,

 Overwegende het arrest en de besluitvorming van de Raad van State dd. 26 oktober 2021Gezien enkel de beslissing dat het betrokken personeelslid 'niet geslaagd' is voorwerp uitmaakt van dit arrest.

Overwegende dat de beslissing dat de andere kandidaat 'niet geslaagd' is geen voorwerp uitmaakt van dit arrest, noch dat deze beslissing herroepen werd; Stelt VSOA zich de vraag waarom de 2de stap van de procedure hernomen wordt voor beide niet geslaagde kandidaten?

Ons' inziens is alleen de herneming van het tweede deel van het examen voor het betrokken personeelslid aan de orde. Aangezien het hier handelt over een vergelijkend examen en er nog één vacante plaats rest in deze procedure

Overwegende dat de uitslag van de andere kandidaat niet betwist werd en ook niet vermeld wordt in het arrest Is VSOA van oordeel dat enkel de tweede stap van het examen voor de betrokken kandidaat dient hernomen te worden.

In geval van niet slagen volgt er geen bevordering, in het andere geval wel Het lijkt ons belangrijk, teneinde niet opnieuw tegen een procedure bij de RvS aan te lopen, om dit juridisch eerst af te toetsen

 Met vriendelijke groeten

Bart Noyens
Voorzitter regio Vlaanderen 

Verantwoordelijke leider 


Geachte zonecommandant 

Wij richten dit schrijven tot U aangaande de nakende mobiliteit naar Hoogstraten. We hebben alle begrip voor de noden die er voor de post Hoogstraten zijn en juichen aanwervingen in het beroepskader enorm toe. Het is een vooruitgang binnen de zone Taxandria waar je trots op mag zijn. 

Wat jammer is daarentegen is het effect dat de organisatie van deze mobiliteit heeft op de manschappen. Basis- en middenkader zijn misnoegd over de beslissingen die het bestuur hierin neemt en ook dit kan ik begrijpen. Wat zij willen is dat het aantal manschappen noodzakelijk voor de taak, wie dat zal zijn en de uurregeling waarin moet gewerkt worden ruim op voorhand gekend is. Niet onbegrijpelijk aangezien het grote verschil in verplaatsing en de onvermijdelijke weerslag dit zal hebben op het gezinsleven van het personeel. 

Zoals gebruikelijk bij dergelijke wijzigingen vragen wij om drie maanden vóór de uitvoering van het plan deze organisatie klaar te hebben. Dit is vandaag, 15 augustus, nog niet het geval en de uitvoering staat volgens wat me doorgegeven is op 1 september ek. Voor ons onaanvaardbaar. Mag ik vragen om voor dit onderwerp ad hoc een overleg te plannen op zéér korte termijn. 

Deze situatie gaan we niet met heen- en weer schrijven oplossen maar met een debat waar alle betrokken partijen aan tafel zitten. Het kan uiteraard zijn dat dit niet met één overleg opgelost is maar door de belangrijkheid van de materie moet dit correct en duidelijk uitgewerkt worden. 

Beste commandant, ik ben van mening dat we de voorbije jaren al ver zijn geraakt in de onderhandelingen en ik ga er dan ook van uit dat we in deze een goede oplossing voor het personeel én de organisatie zullen vinden. 

Met de meeste hoogachting, 

Voor het VSOA 

Koen Metdenancxt 

Vaste gemachtigde