Brandweer zone Kempen

https://kempen.hulpverleningszone.be/

De provincie Antwerpen telt vijf hulpverleningszones; 15 gemeenten van de zuidkant van het arrondissement Turnhout vormen nu Brandweer Zone Kempen, gewoonlijk Brandweer Zone Kempen genaamd.
De brandweerdiensten van Balen, Geel, Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Mol en Westerlo zijn hierin verenigd en vormen één organisatie, weliswaar met behoud van de bestaande kazernes (grijze zone op kaart). Zij beschermen de gemeenten Balen, Dessel, Geel, Grobbendonk, Herentals, Herenthout, Herselt, Hulshout, Laakdal, Meerhout, Mol, Olen, Retie, Vorselaar en Westerlo.

Zonecommandant is kol. Koen Bollen.
Voorzitter van de zone is sinds 20 juni 2016 burgemeester Luc Peetermans (Herselt), hij volgde burgemeester Jan Peeters (Herentals) op.
Ondervoorzitter van de zone is burgemeester Vera Celis (Geel).
Adres van de brandweer zone (maatschappelijke zetel) is

Stelenseweg 92,

2440 Geel.

KEMPEN

Afgevaardgden V.S.O.A. zone KEMPEN

Contact verantwoordelijk voor de sector.

firefighter@vsoa-g2.eu

Noyens Bart

Firefighter.VL@vsoa-g2.eu

Van Den Bergh Danny

danny.vandenbergh@brandweervlaanderen.be



Het CPBW van Brandweer zone Kempen, zal gehouden worden op 19 september 2022 om 10 uur.

De agenda ziet er als volgt uit:

  • Goedkeuring verslag vorige vergadering
    Het verslag is bij deze mail toegevoegd samen met de bijlagen horende bij het verslag.
  1. Jaarverslag IDPBW 2021 - kennisneming
    Zie verslag in bijlage.
  2. Periodiek verslag IDPBW en onderzoek arbeidsongevallen - bespreking
    Zie bijlage.
  3. Opvolging vragen VSOA - kennisneming
    Op 4 april 2022 heeft Brandweer zone Kempen een aantal vragen ontvangen van vakbondsorganisatie VSOA. Deze punten werden op het CPBW van 19 april 2022 geagendeerd en het CPBW heeft hiervan kennis genomen. In bijlage is een overzicht (20220905_KEB_antwoorden VSOA) toegevoegd waarbij al een deel van de antwoorden terug te vinden zijn.
  4. Maatregelen bij ambulance interventies bij vermoede apenpokkenvirus - bespreking
    Vanuit huidig wetenschappelijk inzicht wordt het virus overgedragen door:
    - nauw contact met een besmet persoon (direct contact met huidletsels, voorwerpen, kleding, linnengoed, lichaamsvloeistoffen,...)

- via respiratoire druppels doch enkel na langdurig contact.

Sciensano beschouwt het algemeen risico als zeer laag.

Zijn voorgestelde maatregelen bij ambulance interventies voldoende?

  • FFP2 masker voor elke hulpverlener die in contact komt de patiënt
  • chirurgisch masker voor de patiënt
  • niet steriele nitril handschoenen
  • ambulancierskledij

Materieel dat in contact is geweest met de patiënt wordt, indien niet wegwerpbaar dient te worden gedesinfecteerd met de gekende producten.


  1. Vraag van preventieadviseur om bespreking van het JAP 2023 op het volgende CPBW. Het JAP 2023 moet normaal gezien voor 1 november bezorgd worden. Gezien de agenda pas begin november uitgestuurd zal worden, is de vraag aan de leden van het comité of dit een probleem is als we hier enkele dagen te laat in zijn zodat alles in dezelfde flow blijft voor het comité van november.


Arbeidsgeneesheer vraagt om samen met de preventieadviseur en de vakbondsafgevaardigden de rondgangen uit te voeren in de kazernes. Hiervoor zijn volgende data voorzien (telkens van 9.00 tot 12.00):

- 25/07

- 26/07

- 02/08

- 09/08

Er worden twee kazernes per voormiddag gedaan. De planningslijst hiervan wordt begin volgende week vastgelegd en doorgestuurd.


Geachte zonevoorzitter ,
VSOA wenst volgende punten op de agenda van het bevoegde comité te plaatsen:

  1. VSOA verzoekt de overheid om een kopie van het advies verstrekt door de preventieadviseur/arbeidsgeneesheer en het CPBW aangaande de ligging, indeling en uitrusting van de sociale voorzieningen (Artikel III.1-39 van de CODEX)
  2. VSOA wenst een kopie van het advies van de interne en externe dienst PBW en het gemotiveerd advies van het CPBW aangaande de kleedkamers, wastafels en douches van de verschillende posten in de zone. (Zie artikel III.1-44, III.1-45, bijlage III.1-1, punten 2.3 douches van de CODEX).
  3. VSOA verzoekt om een afschrift van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW ivm de vestiaires van de verschillende posten van de zone (Artikel III.1-48 van de CODEX).
  4. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het gemotiveerd advies van het CPBW aangaande de refters in gebruik in de verschillende posten van de zone (Artikel III.1-58 van de CODEX).
  5. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW ivm de rustlokalen van de posten in het gebied (Artikel III.1-61 van de CODEX).
  6. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW over de ruimte toegekend voor zwangere werkneemsters in de zone (Artikel III.1-62 van de CODEX).
  7. VSOA verzoekt om een kopie van het brandpreventieverslag van de verschillende posten van de hulpverleningszone.
  8. VSOA vraagt bijkomend of:
  • · De evacuatiewegen, uitgangen en nooduitgangen van alle posten zijn voorzien van veiligheidsverlichting en passende bewegwijzering door middel van pictogrammen (

Artikel III.3-11).· Evacuatiewegen, uitgangen en nooduitgangen en de wegen er naartoe zijn voorzienl van de correcte pictogrammen (Artikel III.3-11).· Het evacuatieplan (en eventuele wijzigingen) voor advies aan het comité werden voorgelegd (Artikel III.3-13).· Bij de ingang(en) van het gebouw en op elke verdieping een evacuatieplan opgehangen werd (Artikel III.3-13).

  • Of er bij de ingang van het gebouw een interventiedossier ter beschikking gesteld wordt voor de hulpdiensten (Artikel III.3-21).· Of gepaste draagbare blusapparaten opgehangen/voorzien worden op zichtbare en duidelijk aangegeven plaatsen (Artikel III.3-17).
  • · Controles en onderhoud van blusmiddelen wordt uitgevoerd volgens de instructies van de fabrikant of de installateur. 
  • VSOA wijst erop da in overeenstemming met de reguliere wetgeving data van de inspecties, het onderhoud en de bevindingen daarvan moeten worden bewaard en ter beschikking gesteld van het CPBW. 
  • VSOA vraagt wat de datum is van de laatste inspectie van deze brandbeveiligingsmiddelen? (Artikel III.3-22).9. VSOA vraagt een kopie van het advies van de preventieadviseur en het CPBW inzake het interne noodplan? (Artikel III.3-23 van CODEX). 

10. VSOA verzoekt om een kopie van het "brandpreventiedossier" (Artikel III.3-24). 

11. VSOA verzoekt de hulpverleningszone een risicoanalyse uit te voeren m.b.t. de werk- en ruststoelen die werden aangekocht (Artikel VIII.1-3, &1 van de CODEX)

Herinnering: Art. 47 van het KB 28 september 1984: Wanneer een representatieve vakorganisatie aan de voorzitter van een overlegcomité schriftelijk vraagt een aangelegenheid betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk op de dagorde te plaatsen, dient hij het comité zo spoedig mogelijk bijeen te roepen, en uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de vraag.

Met vriendelijke groeten,



CPBW van Brandweer zone Kempen, dat zal gehouden worden op 19 april 2022

Punten VSOA:

VSOA wenst volgende punten op de agenda van het bevoegde comité te plaatsen:


1. VSOA verzoekt de overheid om een kopie van het advies verstrekt door de preventieadviseur/arbeidsgeneesheer en het CPBW aangaande de ligging, indeling en uitrusting van de sociale voorzieningen (Artikel III.1-39 van de CODEX)


2. VSOA wenst een kopie van het advies van de interne en externe dienst PBW en het gemotiveerd advies van het CPBW aangaande de kleedkamers, wastafels en douches van de verschillende posten in de zone. (Zie artikel III.1-44, III.1-45, bijlage III.1-1, punten2.3 douches van de CODEX).


3. VSOA verzoekt om een afschrift van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW ivm de vestiaires van de verschillende posten van de zone (Artikel III.1-48 van de CODEX).


4. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het gemotiveerd advies van het CPBW aangaande de refters in gebruik in de verschillende posten van de zone (Artikel III.1-58 van de CODEX).

5. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW ivm de rustlokalen van de posten in het gebied (Artikel III.1-61 van de CODEX).

6. VSOA verzoekt om een kopie van het advies van de IDPBW, EDPBW en het CPBW over de ruimte toegekend voor zwangere werkneemsters in de zone (Artikel III.1-62 van de CODEX).7. VSOA verzoekt om een kopie van het brandpreventieverslag van de verschillende posten van de hulpverleningszone.


8. VSOA vraagt bijkomend of:

  • De evacuatiewegen, uitgangen en nooduitgangen van alle posten zijn voorzien vanveiligheidsverlichting en passende bewegwijzering door middel van pictogrammen (Artikel III.3-11).· Evacuatiewegen, uitgangen en nooduitgangen en de wegen er naartoe zijn voorzienl van de correcte pictogrammen (Artikel III.3-11).· Het evacuatieplan (en eventuele wijzigingen) voor advies aan het comité werden voorgelegd (Artikel III.3-13).· Bij de ingang(en) van het gebouw en op elke verdieping een evacuatieplan opgehangen werd (Artikel III.3-13).· Of er bij de ingang van het gebouw een interventiedossier ter beschikking gesteld wordt voor de hulpdiensten (Artikel III.3-21).· Of gepaste draagbare blusapparaten opgehangen/voorzien worden op zichtbare en duidelijk aangegeven plaatsen (Artikel III.3-17).· Controles en onderhoud van blusmiddelen wordt uitgevoerd volgens de instructies van de fabrikant of de installateur. VSOA wijst erop da in overeenstemming met de reguliere wetgevingdata van de inspecties, het onderhoud en de bevindingen daarvan moeten worden bewaard en ter beschikking gesteld van het CPBW. VSOA vraagt wat de datum is van de laatste inspectie vandeze brandbeveiligingsmiddelen? (Artikel III.3-22).

9. VSOA vraagt een kopie van het advies van de preventieadviseur en het CPBW inzake het interne noodplan? (Artikel III.3-23 van CODEX).10. VSOA verzoekt om een kopie van het "brandpreventiedossier" (Artikel III.3-24).11. VSOA verzoekt de hulpverleningszone een risicoanalyse uit te voeren m.b.t. de werk- en ruststoelen die werden aangekocht (Artikel VIII.1-3, &1 van de CODEX) VSOA wenst de overheid er ook aan te herinneren dat een risicoanalyse steeds de basis vormtvan de wetgeving inzake welzijn op het werk.


12. De CODEX voorziet in deze:

1. Analyse van de risico's per werkpost

2. Risicoanalyse van werkplekverlichting;

3. Risicoanalyse van de luchtkwaliteit per post;

4. Risicoanalyse van elke elektrische installatie;

5. Brandrisicoanalyse;

6. Analyse van de risico's en preventiemaatregelen ivm thermische omgevingen zowel van technologische ofklimatologische oorsprong;

7. Risicoanalyse van de aanwezige gevaarlijke chemische agentia;

8. Risicoanalyse van de aanwezige biologische agentia;

9. Risicoanalyse bij het manueel hanteren van lasten;

10. Risicoanalyse ivm bescherming van het moederschap;

11. Risicoanalyse op het niveau van elke groep beeldschermwerkplekken en op het niveau van het individu.De resultaten van elke risicoanalyse en de preventiemaatregelen dienen te worden opgenomen in een register datvoor advies aan het CPBW wordt voorgelegd.De werkgever is tevens verplicht ten minste om de vijf jaar een risicoanalyse uit te voeren van de groepen werkplekken met beeldschermapparatuur en tevens op individueel niveau, teneindede risico's als gevolg van het werken met beeldschermapparatuur te beoordelen, met name wat betreft mogelijke risico's voor het gezichtsvermogen en problemen in verband met lichamelijke engeestelijke belasting (artikel VIII, lid 2-3, van de CODEX).

VSOA vraagt welke risicoanalyses er in de hulpverleningszone beschikbaar zijn en welke nog moeten worden uitgevoerd.

VSOA vraagt of alle technische controles werden uitgevoerd in het kader van de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende, machines, installaties, arbeidsmiddelen en persoonlijkebeschermingsmiddelen, teneinde vast te stellen of zij in overeenstemming zijn met de wetgeving en teneinde gebreken op te sporen die van invloed kunnen zijn op het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk


Gemotiveerd advies CPBW 24/01/2022

Geachte voorzitter

In antwoord op het overleg van het CPBW van uw zone dd. 24 januari 2022, waarvan wij digitaal het verslag mochten ontvangen op 31 januari 2022 en in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van de regelgeving met betrekking tot het syndicaal statuut wenst VSOA via dit schrijven zijn gemotiveerd advies aan u over te maken zodat het proces-verbaal en de notulen definitief kunnen gemaakt worden

  • Veiligheidslancetten

Op basis van de toegezonden documentatie, het feit dat prikongevallen regelmatig terugkomen in een DGH-setting en gelet op de risico's/gevolgen van prikongevallen bij de hulpverleners-ambulancier is het verhogen van het veiligheidsniveau een goede zaak.

VSOA vraagt de Brandweerzone Kempen dan ook om onverwijld over te gaan tot de introductie van deze veiligheidslancetten teneinde de incidentie en de gevolgen voor het ziekenwagenpersoneel sterk te reduceren. Het advies vanwege VSOA is dan ook positief.

  • Periodiek verslag GiD PBW en overzicht arbeidsongevallen

VSOA neemt kennis van het periodiek verslag vanwege de GiD PBW. Er zijn behoudens het geval van agressie geen opmerkingen vanwege VSOA.

Met betrekking tot het ongeval i.g. de agressie wil VSOA benadrukken dat een toolbox en opleiding nogmaals onder de aandacht van de manschappen gebracht dienen te worden teneinde hen voor te bereiden op gelijkaardige incidenten.

VSOA beseft terdege dat het uitsluiten van dergelijke ongevallen quasi onmogelijk is, maar benadrukt dat sensibilisering en opleiding een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de preventie. VSOA verwijst naar de opleidingen 'geweldbeheersing' zoals deze bij de politie gangbaar is. Ook de meerwaarde van een benadering zoals in een psychiatrisch centrum door een ervaringsdeskundige is een pluspunt.

· Jaaractieplan 2022

Titel 2 - Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid van boek I van de codex over het welzijn op het werk legt de werkgever de verplichting op om een dynamisch risicobeheersingssysteem in te voeren.

Het dynamisch risicobeheersingssysteem wordt strategisch vertaald naar een globaal preventieplan (GPP) dat opgesteld en vastgelegd wordt voor een periode van vijf jaar. Om een adequaat GPP op te kunnen maken moet de organisatie dus een risicoanalyse uitvoeren. Jaarlijks wordt op eenzelfde wijze een jaar actieplan (JAP) opgemaakt wat overeenkomt met de uitwerking van het GPP.

VSOA kan het voorliggende JAP niet goedkeuren om volgende redenen:

- Een aantal noodzakelijke referentiedocumenten die ontbreken.

VSOA moet vaststellen dat noch het GPP, noch de risicoanalyse aan het CPBW werden voorgelegd, zodat de waarde, de prioritaire doelstellingen en de inhoud van het JAP moeilijk kunnen afgetoetst worden aan de globale preventiemaatregelen. Ook het vorige JAP (2021) werd niet ontvangen zodat niet kan geëvalueerd worden of voldaan werd aan de doelstellingen van dit JAP?

- VSOA stelt vast dat, gelet op de datum van het CPBW, niet voldaan werd aan de voorwaarden om dit plan voor te leggen voor 1 november van het werkjaar. Gezien de wettelijk vastgelegde termijn zal het dus moeilijk zijn om dit plan tijdig te kunnen laten ingaan;

- Gezien zowel 2020 als 2021 een uitdaging waren op vlak van het preventieve beleid inzake COVID, ontbreekt het in het JAP aan maatregelen met betrekking tot deze materie. Deze maatregelen dienen zowel op het voorkomingsbeleid als het psychosociaal welzijn van de werknemers gericht.

Met betrekking tot de werkplaatsbezoeken

Titel 1 - De interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van boek II van de codex over het welzijn op het werk legt in § 1, c), art. II. 1-6 op dat de interne dienst tenminste één maal per jaar een grondig onderzoek verrichten van de arbeidsplaatsen en van de werkposten;

- VSOA stelt vast dat de GiD PBW geen werkplaatsbezoek doet in de opleidingsinstituten waar de personeelsleden van de hulpveerleningszone theoretische en praktische (!) opleiding volgen, dit is echter in de zin van de bepalingen van de welzijnswet ook een arbeidspost.

Het feit dat het opleidingsinstituut zelf een eigen preventieadviseur heeft ontlast de hulpverleningszone, noch de GiD PBW niet van deze verplichting.

VSOA refereert in deze naar een vroegere vaststelling van ernstige tekortkomingen met betrekking tot de gebruikte PBM's van APB Campus Vesta. Het is aan de GiD PBW en de overheid toe te zien op he trespecteren van de welzijnswetgeving en in het bijzonder de arbeidsveiligheid in het belang van het eigen personeel.

VSOA verzoekt de overheid daarom de geldende wetgeving te respecteren en kan in afwachting niet anders als een negatief gemotiveerd advies voorzien.

· PFOS/PFAS-problematiek binnen de hulpverleningszone Inzake blusschuim bezit de hulpverleningszone, net zoals nog andere hulpverleningszones trouwens, nog fluorhoudende schuim.

Dit schuim kan overeenkomstig een advies vanwege BIG en mits gebruik van de gepaste PBM's veilig worden gebruikt door het personeel.

VSOA vraagt welke PBM's hier geadviseerd worden en vraagt de hulpverleningszone om dit ook breed kenbaar te maken aan het personeel. Verder wil VSOA de preventiemaatregelen die de Brandweerzone Kempen in deze neemt op de agenda van het CPBW en een inventarisatie van de recipiënten en de plaatsen waar mogelijk PFOS/PFAS aanwezig is.

VSOA kan dan ook geen positief advies verlenen gezien dit agendapunt niet ten gronde werd uitgeklaard en er nog heel wat onduidelijkheden zijn.

· Ambulancierskledij

Gelet op artikel 3 van het koninklijk besluit (KB) van 26 januari 2018 - houdende vaststelling van de kenmerken van de interventiekledij gebruikt door de hulpverleners actief binnen de dringende geneeskundige hulpverlening welk bepaalt dat: [...]

De interventiekledij is samengesteld uit een combinatie van volgende onderdelen: parka met zomerjas, broek, T-shirt of polo en kazuifel. [De helm wordt zo nodig gedragen]. [...] Overwegende artikel 4 waardoor alle onderdelen van de interventiekledij worden beschouwd als een persoonlijk beschermingsmiddel en conform dienen te zijn aan Verordening nr. 2016/425;

Gelet op de uiterste datum van inwerkingtreding van het betreffende KB, te weten 22 februari 2022 moet alle kledij die door de hulpverleners-ambulanciers, verpleegkundigen, uitvoerders van de geneeskunde.

Overwegende dat hiervoor een overgangsperiode van 4 jaar werd voorzien is VSOA van mening dat de hulpverleningszone ruimschoots de tijd gehad heeft om dit te budgetteren.

VSOA vraagt dan ook een onmiddellijke toepassing van de wetgeving (KB) en dus een combinatie van de kledingstukken voor de hulpverleners-ambulancier conform de gelden wetgeving. VSOA stelt dat een interpretatieve nota nooit een wetgeving kan wijzigen of de bepalingen ervan kan opheffen. Het KB is in deze dan ook duidelijk.

VSOA is bovendien van mening dat, in tegenstelling tot een overall, een combinatie van kledingstukken betere en comfortabelere mogelijkheden biedt voor de hulpverlenersambulanciers om hun warmtehuishouding van het lichaam positief te kunnen beïnvloeden. Deze warmtehuishouding heeft een belangrijke invloed op de prestaties en de gezondheid van het personeel, dit zowel tijdens extreme warmte dan wel koude.

Daarenboven zijn er verschillende combinaties mogelijk die de verkeersveiligheid, zichtbaarheid,... (klasse 3) blijven garanderen. Daarnaast stellen we vast dat er vaak opgetreden wordt buiten de openbare weg. Aangezien de ambulancierskledij als een PBM moet aanzien worden stelt VSOA zich de vraag of de huidige overalls voldoen aan de bepalingen van een PBM en in overeenstemming zijn met zowel de Europese Verordening 2016/425 en het vernieuwde KB persoonlijke beschermingsmiddelen van 17 oktober 2022?

VSOA vraagt dan ook een onderzoek van de GiD PBW om dit vast te stellen, de bijlage aan bestelbon en het indienststellingsverslag van deze overalls. Daarnaast vragen wij ook het voorafgaandelijke advies van het CPBW? De interne en externe dienst PBW.

VSOA vraagt tevens het standpunt van de overheid met betrekking tot de aangehaalde agendapunten teneinde een gefundeerd en deugdelijk gemotiveerd advies te kunnen overmaken


Verzoek om respect voor het operationeel personeel


Geachte zonevoorzitter,

Geachte leden van de zoneraad,


Via verschillende kanalen wordt VSOA aangesproken over het gebrek aan respect en de stiefmoederlijkebehandeling vanwege de zoneleiding naar bepaalde groepen operationele leden van uw hulpverleningszone. Doormiddel van dit schrijven eist VSOA dan ook acties van uwentwege hieromtrent.


Door opmerkingen vanwege de inspectie Binnenlandse Zaken (toezicht) waren in de hulpverleningszone een aantalaanpassingen van het geldelijk statuut noodzakelijk. Deze hebben o.a. betrekking op de verloning van zowel hetberoeps als het vrijwillig kader. Hiervoor werden al corrigerende besluiten genomen door de zoneraad in zijn zittingvan december ll. bij middel van aanpassingen van het arbeidsreglement.


VSOA moest jammer genoeg vaststellen dat hierover weinig tot geen communicatie werd verspreid bij diegenen die het aanbelangen, namelijk het (vrijwillig) operationele kader. Dit gebrek aan transparante communicatie zorgde al voor heel wat wrevel, ongeloof en onrust bij de leden van het operationeel personeel, en gaf aanleiding tot veelvuldige klachten bij onze vakorganisatie.


Dit is de zoneleiding zeker niet ontgaan en in de rand hiervan werd VSOA rechtstreeks telefonisch door de zonecommandant benaderd met de vraag om in deze de manschappen aan te manen tot kalmte. Er werd ons beloofd dat een werkgroep in de loop van de maand januari zich zou buigen om een aantal opties te bekijken diede bittere pil konden verzachten. Tot op heden wordt hierover naar de syndicale partners met geen woord meer gerept, noch mochten wij enige communicatie hierover ontvangen. VSOA wacht nog steeds op de officiële uitnodiging voor deze werkgroep!?

 
Niettegenstaande heeft VSOA in deze zijn verantwoordelijkheidgenomen en zijn leden aangemaand tot kalmte.VSOA is steeds bereid om constructief mee te werken teneinde de sociale vrede in de hulpverleningszones te bewaren. Wij vragen dan ook, als vertegenwoordiger van de manschappen, om gerespecteerd en als volwaardig gesprekspartner aanzien te worden. Deze tussenkomst van de vakorganisaties heeft een verdere escalatie van de sociale onvrede voorlopig voorkomen.


Ondertussen zijn we al meer dan een maand verder en nog steeds blijven de manschappen, adviesorganen en vakorganisaties verstoken van enige informatie of communicatie hieromtrent. Sterker nog, wanneer op een respectvolle wijze vragen gesteld worden aan de administratie, op basis van beloftes door de zonecommandant, worden aan de mensen misleidende of ontwijkende antwoorden verstrekt. Dit soort van communicatie zwengelt niet alleen de ongerustheid aan maar vormt een voedingsbodem voor wantrouwen jegens het beleid. Dit ontwijkend gedrag, de misleiding en de loze beloftes hebben bovendien een nefaste invloed op de motivatie van de brandweerlieden en wordt niet langer aanvaard.


Via de wandelgangen verneemt VSOA dat er (achter de schermen?) gewerkt werd aan compensaties voor het beroepskader en dat hierover reeds een toelichtende vergadering georganiseerd werd voor het beroepspersoneel van de post Geel en de beroepsofficieren?


VSOA herinnert de zoneraad eraan dat een overheid de wettelijke verplichting heeft om de regels die ze uitwerkt i.v.m. het personeel (o.a. geldelijk statuut) vooraf met de representatieve vakbonden teonderhandelen of te overleggen cfr. wet van 19 december 1974 - tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 - tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.


Deze infomomenten gecumuleerd met de onduidelijkheid over de reële financiële consequenties voor de vrijwilligers zorgen voor heel wat ongerustheid en argwaan.


Vragen om een individuele berekening, of simulaties voor een gemiddelde vrijwilliger die inzicht zouden kunnengeven op de reële impact, zoals beloofd door de zonecommandant tijdens een vergadering van het 'bureau van de vrijwilliger', blijken plots ongepast, niet relevant of onmogelijk!?

VSOA kan zich niet van de indruk ontdoen dat de vrijwilligers verstoken blijven van informatie en zich gediscrimineerd voelen ten overstaan van het beroepspersoneel, en in het bijzonder t.o.v. hetoperationele beroepskader van de post Geel!


Vooral het feit dat de vrijwilligers (en de beroepsleden van andere posten dan die van Geel) van het operationeel kader zich hierdoor buiten spel gezet voelen en respectloos behandeld worden kunnenniet langer voor VSOA!
VSOA verwijst dan ook naar § 2, artikel 9 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 - tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones dat stelt;[...]Het personeelslid wordt met waardigheid en beleefdheid behandeld, zowel door zijn hiërarchische meerderen, zijn collega's als zijn ondergeschikten. Het personeelslid behandelt zijn collega's, zijn hiërarchische meerderen en zijn ondergeschikten met waardigheid en beleefdheid.[...]Verder hekelt VSOA dat er te lang getalmd werd met het zoeken naar gepaste oplossingen, terwijl de opmerkingenin inspectieverslagen reeds geruime bekend waren bij het beleid. Het eerste verslag dateert al van in de beginperiode van de hulpverleningszone.


VSOA waarschuwt dat deze minachtende houding tegenover het vrijwillig personeel op termijn de hulpverleningszone wel eens duur zou kunnen komen te staan. Recente publicaties in de media stipuleren dat het 'vinden en binden' van vrijwillige brandweerlieden steeds maar moeilijker wordt.

 
De hulpverleningszone heeft er dus alle belang bij om de vrijwilliger respectvol te behandelen en zijn waarde voor de organisatie te erkennen.


Hieronder geven wij ter illustratie enkele links:

- Brandweerkorpsen in Vlaanderen kampen met groot tekort aan vrijwilligers | VRT NWS: nieuws

- Steeds minder brandweervrijwilligers, vooral in West-Vlaanderen: "Voorstel om de opleiding lichter temaken" | VRT NWS: nieuws

- Aanpassing statuut moet tekort aan brandweervrijwilligers oplossen 

- TV Limburg- Groot tekort aan brandweermannen | Binnenland | hln.beVSOA eist van de hulpverleningszone 'brandweer Zone Kempen':

- Een onmiddellijke, deugdelijke en transparante communicatie zonebreed over de impact vande aangepaste geldelijke aspecten in het arbeidsreglement en de voorgestelde (financiële)compensaties voor zowel beroeps als vrijwillig kader; 

VSOA tolereert niet langer een ontwijkende houding ingeval van vragen!

- Participatie van de syndicale partners in de werkgroep welke de compensaties zal bekijken 

- Voorafgaandelijke onderhandeling (cfr. regelgeving vakbondsstatuut) van elke voorgestelde compensatie. Hierbij moeten de compensaties voor het gehele operationeel personeel gelijkwaardig zijn.- Een gelijke behandeling en respect voor elk personeelslid. 

VSOA kan niet langer tolereren dat het beroepskader van de post Geel gefavoriseerd wordt door de zoneleiding- Bijzondere aandacht voor de moeilijke situatie van het vrijwillig personeel VSOA verzoekt de zoneraad Brandweer Zone Kempen om hierin snel acties te ondernemen of te initiëren teneinde verdere sociale acties te vermijden. 

Onze brandweermannen verdienen alle respect en waardering!


Hopende op een spoedige 

VSOA/SLFP - sector hulpverleningszones


Beste

Vorige week donderdagnamiddag heeft een vakbondsafgevaardigde onderstaande punten nog doorgegeven om toe te voegen aan de agenda van het CPBW van 24.01.2022:

-Stavaza tot betrekking KB van 26/1/2018 ( S.B. 21/2/2018) , betreft ambulancierskledij.

-PFOS binnen de zone : wat doen we er mee ?

Bijgevolg ziet de definitieve dagorde voor het CPBW er als volgt uit:

  • Periodiek verslag GiD PBW en overzicht arbeidsongevallen - bespreking

·Jaaractieplan - bespreking

Met redenen omkleed advies van het VSOA: Het jaarlijkse actieplan voor het volgende jaar moet worden ingediend ter advies over te maken aan het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk uiterlijk op 31 oktober van het voorgaande jaar.

De werkgever is verantwoordelijk voor het welzijnsbeleid binnen zijn onderneming. Een welzijnsbeleid heeft tot doel beroepsrisico's te voorkomen of te verminderen en het welzijn van uw werknemers te beschermen.

Bijgevolg rust op u de verplichting om een risicoanalyse te laten uitvoeren en preventiemaatregelen vast te stellen. Ook dient u een globaal preventieplan en een jaarlijks actieplan op te maken.

Het dynamisch risicobeheersingssysteem steunt op het principe van de risicoanalyse, die wordt uitgevoerd om adequate preventiemaatregelen te kunnen vaststellen. Dit gebeurt op drie niveaus:

  • De organisatie in haar geheel:
  • Elke groep van werkposten of functies;
  • Het individu zelf.

De risicoanalyse bestaat uit drie fasen:

  • Het identificeren van gevaren;
  • Het vaststellen en nader bepalen van risico's;
  • Het evalueren van risico's.

Op basis van de risicoanalyse worden preventiemaatregelen vastgesteld.

Alvorens een met redenen omkleed advies uit te brengen over een jaarlijks actieplan en een globaal preventieplan, risicoanalyses van organisatie in haar geheel en van elke groep van werkposten of functies zullen nodig zijn.

Zonder deze risicoanalyses, het VSOA zal geen met redenen omkleed advies kunnen uitbrengen

Het jaarlijks actieplan heeft betrekking op:

  • De belangrijkste doelstellingen voor het volgende dienstjaar;
  • De middelen en methoden om die doelstellingen te bereiken;
  • De opdrachten, verplichtingen en middelen van alle betrokken personen;
  • De aanpassingen die moeten worden aangebracht aan het globaal preventieplan door gewijzigde omstandigheden, ongevallen die zich zouden hebben voorgedaan, het jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van het voorbije burgerlijke jaar en de adviezen van het CPBW tijdens het voorbije burgerlijke jaar.

Negatieve advies van het VSOA.

·Ambulancierskledij - bespreking

·PFOS binnen de zone - bespreking

·Varia - bespreking


Onderhandelingscomité maandag 24 januari om 9u30.


Volgende punten staan op de agenda:

  1. Goedkeuring verslag vorige vergadering
  2. Terugkoppeling van opvolgpunten uit vorig verslag
  3. Eindejaarstoelage en primaire arbeidsongeschiktheid (zie bijlage)
  4. Wachtgeld dispo (zie bijlage)
  5. Mededeling CORONA - brief FOD (zie bijlage) - Kennisgave
  6. Beslissing zoneraad 18 december 2021 - vergoedingsregels (besluit en dienstnota in bijlage)
  7. Personeelsbehoeftenplan - stand van zaken en eerste afspraken
  8. Varia


12 november 2021


Zonevoorzitter Brandweer


Comtié Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) - Brandweer Zone KEMPEN

Geachte voorzitter,

Op 11 november 2021 mochten wij via Jo V., medewerker bedrijfsvoering, de dagorde voor het Comité Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) van 22 november e.k van uw hulpverleningszone ontvangen.

Deze uitnodiging werd vergezeld van de nodige vergaderstukken en de ontwerpbesluitenbundel voor dit overlegcomité.

Na het lezen van deze ontwerpbesluitenbundel stelt VSOA vast dat binnen uw hulpverleningszone het CPBW voorgezeten wordt door de zonecommandant zoals opgenomen in het huishoudelijk reglement!?

VSOA verwijst in deze naar art. 11 van de wet van 19 december 1974 en art. 39 van het koninklijk besluit (KB) van 28 september 1984 waarbij in de overheidsdiensten, zoals de hulpverleningszone, alle bevoegdheden die in particuliere bedrijven opgedragen zijn aan het CPBW uitgeoefend door de bevoegde overlegcomités.

Steunende op bovenstaande verwijzingen naar de regelgeving moeten wij vaststellen dat overeenkomstig art. 42, §1 tot §4 van het KB van 28 september 1984 het voorzitterschap van dit bevoegd overlegcomité dient waargenomen te worden door de voorzitter of een behoorlijk gemandateerde afgevaardigde van de overheid. De zonecommandant kan in deze niet optreden als voorzitter van het overlegcomité.

Wanneer het voorzitterschap waargenomen zou worden door de zonecommandant geeft dit aanleiding tot een contradictio in terminis, gezien de zonecommandant behoort tot de hiërarchische lijn en belast is met de uitvoering van de het beleid van de werkgever, i.c. de zoneraad.

Ook stelt art. 24 van hetzelfde KB duidelijk dat de voorzitter de dagorde opstelt, rekening houdende met de in art. 23 bedoelde initiatieven.

VSOA wil met dit schrijven formeel reageren en vraagt u als zonevoorzitter om deze onwettige bepaling uit het huishoudelijk reglement recht te zetten en de organisatie en het voorzitterschap van het CPBW op te nemen.

U kan zich als voorzitter, overeenkomstig de bepaling van artikel 42 van het KB van 28 september 1984, uiteraard laten vervangen door een behoorlijk gemandateerde afgevaardigde van het zonecollege of de -raad.

Een elektronische kopie van dit schrijven zal tevens ter informatie verzonden worden aan de zonecommandant en Toezicht op het Welzijn op het Werk - directie Antwerpen.

Mogen wij u vragen om dit schrijven eveneens over te maken aan alle leden van het CPBW. Een aangetekende versie van deze brief zal u eerstdaags overgemaakt worden.

Voor SLFP/VSOA comité hulpverleningszones

Eric LABOURDETTE                                   Peter VANDENBERK                                        Bart NOYENS

Verantwoordelijke leider                           Verantwoordelijke leider                                 Verantwoordelijke leider 


Beknopte samenvatting

 De zonecommandant die, conform de bepalingen van het huishoudelijk reglement, voorzitter is van het CPBW dient de secretaris van het CPBW en zijn/haar plaatsvervangers aan te duiden. 

De functietitel van 'bestuurssecretaris' in de vervangingsregeling dient te worden aangepast naar 'de beleidsadviseur'. Beschrijving Aanleiding en context De zonecommandant die, conform artikel 3 van het huishoudelijk reglement, voorzitter is van het CPBW dient de secretaris van het CPBW en zijn/haar plaatsvervangers aan te duiden. 

In de zitting van 29 juli 2020 heeft de zonecommandant het volgende beslist: 

De zonecommandant, als voorzitter van het CPBW, duidt als secretaris van het CPBW aan: 

- De administratief medewerker dienst Bedrijfsvoering Bij afwezigheid of verhindering wordt de secretaris vervangen door: 

- 1° de bestuurssecretaris

 - 2° de deskundige communicatie 

Dit besluit werd op het CPBW van 14 september 2020 ter kennis gebracht. Argumentatie De functietitel van 'bestuurssecretaris' dient te worden aangepast naar 'beleidsadviseur' conform de beslissing van de zoneraad van 31 oktober 2020 waarbij het personeelsbehoeftenplan van de directies werd goedgekeurd. Hierin verdween de functietitel 'bestuurssecretaris'. 

Er kwam een nieuwe functietitel van 'beleidsadviseur'. Er werd een nieuwe aanstellingsprocedure open geschreven voor de functie van beleidsadviseur, de nieuwe functietitel. 

Op 22 maart 2021 werd deze beleidsadviseur aangesteld.


Opmerkingen VSOA notulen CPBW 19 april 2021

Wanneer een representatieve vakorganisatie aan de voorzitter van een overlegcomité schriftelijk vraagt een aangelegenheid betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk op de dagorde te plaatsen, dient hij het comité zo spoedig mogelijk bijeen te roepen, en uiterlijk dertig dagen na ontvangst van de vraag (Art 47 Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel)

De notulen van elke vergadering vermelden:

1° de dagorde;

2° de naam van de aanwezige, en van de al of niet met kennisgeving afwezige leden van de afvaardiging van de overheid;

3° de benaming van de aanwezige en van de al of niet met kennisgeving afwezige vakorganisaties, alsmede de naam van de aanwezige en van de met kennisgeving afwezige leden van de afvaardigingen van die vakorganisaties;

3°bis in voorkomend geval, de naam van het aanwezige of al of niet met kennisgeving afwezige personeelslid bedoeld in artikel 44 KB 28.09.1984;

4° de naam van de technici;

5° de beknopte uiteenzetting van de besprekingen;

6° het met redenen omkleed advies

Met redenen omkleed advies VSOA betreffende notulen CPBW 19 april 2021: negatief met redenen omkleed advies.

De notulen van elke vergadering vermelden:

1° de dagorde;

2° de naam van de aanwezige, en van de al of niet met kennisgeving afwezige leden van de afvaardiging van de overheid;

3° de benaming van de aanwezige en van de al of niet met kennisgeving afwezige vakorganisaties, alsmede de naam van de aanwezige en van de met kennisgeving afwezige leden van de afvaardigingen van die vakorganisaties;

3°bis in voorkomend geval, de naam van het aanwezige of al of niet met kennisgeving afwezige personeelslid bedoeld in artikel 44 KB 28.09.1984;

4° de naam van de technici;

5° de beknopte uiteenzetting van de besprekingen;

6° het met redenen omkleed advies

Met redenen omkleed advies VSOA betreffende verslag rondgangen posten: negatief met redenen omkleed advies.

Opmerkingen VSOA betreffende verslag rondgangen posten :

De elektrische installatie moet zodanig zijn ontworpen en uitgevoerd dat zij geen brand- en ontploffingsgevaar oplevert en dat personen op afdoende wijze worden beschermd tegen ongevallenrisico's die uit directe of indirecte aanraking kunnen voortvloeien (Art. III.1-5, boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De voor voertuigen bestemde wegen liggen op voldoende afstand van deuren, poorten, doorgangen voor voetgangers, gangen en trappen. (Art. III.1-23, boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De werkgever stelt de volgende sociale voorzieningen ter beschikking van de werknemers:
1° sanitaire installaties, inzonderheid kleedkamers, wastafels, douches en toiletten;
2° een refter;
3° een rustlokaal;
4° een lokaal voor de zwangere werkneemsters en de werkneemsters die borstvoeding geven.
Hij bepaalt de ligging, de inrichting en de uitrusting van de sociale voorzieningen na advies van de preventieadviseur-arbeidsarts en het Comité. (Art. III.1-29, boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De lokalen en de sociale voorzieningen zelf worden ten minste één maal per dag schoongemaakt, zodat ze te allen tijde blijven beantwoorden aan de hygiënische voorschriften.
Bij ploegenarbeid worden de lokalen en de sociale voorzieningen voor iedere ploegwisseling schoongemaakt. (Art. III.1-42, boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

Er wordt voorzien in aparte kleedkamers, douches en toiletten voor mannen en vrouwen. (Art. III.1-45, boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De werkgever stelt een kleedkamer ter beschikking van de werknemers, wanneer deze werknemers van kledij dienen te wisselen.
De kleedkamers worden zodanig uitgerust met kleerkasten dat elke werknemer zijn kleding tijdens de werktijd achter slot en grendel kan bewaren.
Elke werknemer die de kleedkamer gebruikt, beschikt over een individuele kleerkast. (Art. III.1-47 en art.III.1.48 boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De werkgever stelt een douche met warm en koud water ter beschikking van de werknemers Er wordt voorzien in één douche per groep van zes werknemers die gelijktijdig de arbeidstijd beëindigen.
De doucheruimten zijn voldoende ruim bemeten om iedere werknemer in staat te stellen zich onder hygiënisch verantwoorde omstandigheden ongehinderd te wassen.
De werkgever stelt zonder kosten voor de werknemers voldoende toiletartikelen en, in voorkomend geval speciale reinigingsproducten evenals elke andere bijkomende uitrusting, ter beschikking van de werknemers.
Hij stelt eveneens voldoende handdoeken ter beschikking waarvan hij het onderhoud en de tijdige vervanging verzekert. Voor het drogen van de handen kan hij een ander middel ter beschikking stellen. (Art. III.1-53 en art.III.1.54 boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De toiletten zijn volledig gescheiden voor mannen en vrouwen, en bevinden zich dicht bij hun werkpost, de rustlokalen, de kleedkamers en de douches.
Het aantal individuele wc's bedraagt tenminste 1 per 15 mannelijke werknemers die gelijktijdig worden tewerkgesteld en ten minste 1 per 15 vrouwelijke werknemers die gelijktijdig worden tewerkgesteld. (Art. III.1-56 en art.III.1.57 boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

In functie van de aard van het werk en de aard van de risico's, stelt de werkgever drinkwater of een andere drank ter beschikking van de werknemers.
Individuele drinkbekertjes, eventueel voor eenmalig gebruik, worden ter beschikking gesteld.
De distributiepunten zijn gemakkelijk bereikbaar. (Art. III.1-63 boek III, titel 1 CODEX, basiseisen betreffende arbeidsplaatsen) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?

De werkgever ziet erop toe dat de gas-, verwarmings- en airconditioningsinstallaties evenals de elektrische installaties:
1° in goede staat worden gehouden;
2° periodiek worden gecontroleerd.
Deze controles en onderhoudsbeurten worden uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving die op deze installaties van toepassing is, of bij ontstentenis, overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant of van de installateur of, bij ontstentenis daarvan, overeenkomstig de meest strenge en meest geschikte regels van goed vakmanschap.
De data van de controles en onderhoudsbeurten bedoeld in dit artikel, en de vaststellingen die er gedaan werden, moeten bewaard worden en ter beschikking gehouden van het Comité en van de met het toezicht belaste ambtenaren. (Art. III.3-22 boek III, titel 1 CODEX) Is dit het geval in elke brandweerkazerne?


Terugkoppeling risicoanalyse psychosociale aspecten door Mensura - KennisnemingBeschrijving

In het voorjaar is er een risicoanalyse psychosociale aspecten door Mensura uitgevoerd.
Besluit


Het CPBW neemt kennis van de terugkoppeling van de risicoanalyse psychosociale aspecten doorMensura. De presentatie van de terugkoppeling zal op een later moment nog bezorgd worden.
Doel van de risicoanalyse
De risicoanalyse werd uitgevoerd om een zicht krijgen op de huidige werking en specifieke problematieken om bestaande risico's te reduceren en proactief aan te pakken.


Aanpak


De risicoanalyse werd gezien als een verlengstuk op de resultaten van de brandweertoets van vorigjaar. Een aantal aspecten die als aandachtspunt uit brandweertoets kwamen, komen ook uit derisicoanalyse naar voor.Aangezien er binnen de brandweertoets weinig ruimte was om de beleving van niet- operationelemedewerkers mee te geven, werd nu de focus op de administratie gelegd. Ook alle leden van detechnische commissie, de zonecommandant en enkele officiers en onderofficiers in de posten werdengeïnterviewd.


Volgende domeinen zijn aan bod gekomen tijdens de interviews:


- Arbeidsinhoud (inspraak, werkdruk ...)- Arbeidsomstandigheden (fysieke ruimte)- Arbeidsvoorwaarden- Interpersoonlijke relatiesAlgemene resultatenDe onderzoeker benadrukt dat er een goede medewerking van de werknemers tijdens de interviews.Er is een grote mate van intrinsieke motivatie maar er zijn een aantal parameters die de motivatie onderdrukken:


 Arbeidsvoorwaarden:


Er is over het algemeen een grote mate van tevredenheid over de arbeidsvoorwaarden.


 Leiderschap:


Op individueel vlak is er voldoende leiderschap en ondersteuning aanwezig. Op het vlak vancollectief leiderschap ervaart men binnen de organisatie een gemis.


 Organisatie:


Sterktes op vlak van organisatie: kennis, veel engagement en potentieel aanwezig, geloof datBrandweer zone Kempen een mooie organisatie kan worden.Aandachtspunten op het gebied van organisatie: de technische commissie is nog niet echt eenteam waardoor het collectief belang van de organisatie niet kan uitgedragen worden.


Adviezen:


Uit de risicoanalyse komen ook een aantal aandachtspunten naar voor. Tijdens de toelichting werdeno.a. volgende adviezen geformuleerd om deze aandachtspunten weg te werken:


 duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden en bevoegdheden

 positionering personeelsafdeling duidelijk stellen

 goed communicatieorganigram opmaken

 het beleid, de aanpak van de werkzaamheden, arbeidsregimes, geldende regels enprocedures moeten uniform toegepast te worden over de hele organisatie

 werkgroep welzijn opstarten

 externe begeleiding (her)opstarten


Het is cruciaal om de organisatie van een langetermijnvisie te voorzien, wat één van de fundamentenvan de organisatie dient te zijn wil men een succesvolle organisatie kunnen uitbouwen.
Het beleid is reeds gestart met enkele aandachtspunten aan te pakken. Het is belangrijk om deaanpak te communiceren naar de werknemers toe.


Periodiek verslag GiD PBW - Bespreking

De preventieadviseur licht het verslag betreffende de periode 17 september 2019 tot en met 4 november 2019 toe:
 Er is een studiedag geweest rond herstructuring van het AREI. Het AREI is hervormd naar drieboekdelen en de hervorming gaat in voege vanaf mei 2020. Kapt.J.V. L.volgt dit op voor Brandweer zone Kempen.
 Er is een wijziging wat betreft de melding van een evacuatieoefening aan 112. Er moet nuenkel nog een melding gedaan worden aan 112 voor oefeningen vanaf 2000 betrokkenpersonen. Toedienen Epipen: geen probleem mits jaarlijkse opleiding.

Globaal Preventieplan (2020-2025)

Twee punten worden lichtjes aangepast. Punt 19 wordt uitgebreid naar agressie tegen allemedewerkers van de organisatie. Punt 22 wordt aangepast naar vorming op maat naar alle medewerkers.

Het CPBW bespreekt volgende variapunten:

1. Er wordt gemeld dat er racistische opmerkingen worden gemaakt op de werkvloer. Er moet onder de aandacht gebracht worden dat racisme niet gepast is. Diversiteit werd sowieso opgenomen in het meerjarenbeleidsplan.


Vsoa heeft kennis genomen van uw voorstel globaal preventieplan 2020-2025 hulpverleningszone Kempen. 

Het voorgestelde plan heeft ons niet nagelaten te verassen.Vsoa verwijst hierbij graag naar Titel 2 "Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid" van boek I van de codex over het welzijn op het werk heeft betrekking op de Dynamische risicobeheersingssysteem. 

Dit dynamisch risicobeheersingssysteem vindt zijn uitdrukking in een globaal preventieplan dat door de werkgever wordt opgesteld in overleg met de hiërarchische lijn, en de diensten voor preventie en bescherming op het werk. Het dynamisch risicobeheersingssysteem steunt op het principe van de risicoanalyse, die wordt uitgevoerd om adequate preventiemaatregelen te kunnen vaststellen.Dit plan geeft een concrete omschrijving van de resultaten van deze risicoanalyses, van de prioritaire doelstellingen en de activiteiten die moeten worden verricht om deze doelstellingen te bereiken. Daarbij wordt tevens beschreven welke middelen (eveneens de geldelijke middelen) er worden gebruikt en wat de opdrachten en verplichtingen zijn van alle betrokken personen. De inhoud van het globaal preventieplan bevat minimaal dan ook volgende elementen: 

- de resultaten van de risicoanalyses 

- de prioritaire doelstellingen voor vijf jaar 

- de activiteiten en taken die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken 

- de oranisatorische, materiële en financiële middelen die moeten worden aangewend 

- de oipdrachen en verplichtinghen van alle betrokken personen 

Helaas moeten we vaststellen dat het door u voorgestelde plan niet aan deze minima voldoet. 

We kunnen dan ook niet anders dan een gemotriveerd negatief advies voor het plan in zijn huidige vorm laten optekenen.​

Eric LABOURDETTE

VSOA 

Sector Hulpverleningzones

Huishoudelijk reglement


Brussel, 03 februari 2017

Mijnheer Luc Peetermans

Zoneraadvoorzitter

Stelenseweg 92

2440 Geel

Geachte Mijnheer Peetermans,

Artikel 32 van het Koninklijk Besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel geeft aan dat elk comité over een huishoudelijk reglement moet beschikken waarin de maatregelen worden vastgelegd die niet in dit besluit opgenomen zijn.

Het V.S.O.A. vraagt om de huishoudelijke reglementen van de verschillende comités van zone Kempen te verkrijgen of de notulen waarin het met redenen omkleed advies van het comité met betrekking tot de goedkeuring van deze huishoudelijke reglementen staat en eveneens het besluit van het zonecollege om de verschillende comités te creëren met de naam van de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit.

Het V.S.O.A. vraagt om de notulen van het comité te verkrijgen waarin het met redenen omkleed advies de benoeming vermeldt van:

de Preventieadviseur,

de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk (EDPBW)

In afwachting van huishoudelijke reglementen, gelieve deze documenten naar V.S.O.A. door te sturen, Wetsraat 28,
1040 Brussel.

Voor het V.S.O.A. is het respecteren van de wetgeving met betrekking tot het welzijn op het werk van de personeelsleden één van de topprioriteiten en een bekommernis bij de hervorming van de civiele
veiligheid.

Indien het V.S.O.A. de gevraagde documenten niet
ontvangt, bestaat er geen andere keuze dan de Inspectie Welzijn op het Werk te
vragen om in te grijpen.

Met syndicale groeten,

Voor het V.S.O.A.

Labourdette Eric                                                   Peeters Dominiek

Van Den Bergh Danny